Structuur en ruimte tijdens de maakfase van beeldende vorming.
Een dynamisch onderzoek naar het ondersteunen van de autonomie door middel van scaffolding van de leerlingen.
Samenvatting
Dit praktijkonderzoek is uitgevoerd in groep 4 van een basisschool in Amsterdam tijdens de maakfase van beeldende vorming. Tijdens de maakfase ontstonden momenten waarop leerlingen vastliepen, weerstand lieten zien of minder betrokken raakten. Leerkrachten zochten naar manieren om hierop passend te reageren en leerlingen verder te ondersteunen In dit onderzoek is onderzocht hoe autonomieondersteunend handelen, gecombineerd met scaffolding, kan bijdragen aan de motivatie van leerlingen tijdens beeldende vorming.
Het onderzoek bestond uit vier lessen waarin direct na de maakfase de ervaren autonomie, ervaren competentie en het plezier van leerlingen in kaart zijn gebracht. De resultaten zijn weergegeven in scatterplots en gebruikt als input voor reflectie op het handelen van de leerkracht. Op basis hiervan is de ondersteuning gedurende het traject aangepast.
De ontwikkeling van motivatie is zowel op groepsniveau als bij vier individuele leerlingen gevolgd. In dit kleinschalige praktijkgerichte onderzoek kan geen causaal verband worden vastgesteld. Wel laten de resultaten zien dat autonomieondersteunend handelen en passende ondersteuning samengingen met een toename in ervaren autonomie, competentie en plezier, terwijl de complexiteit van de opdrachten toenam. Vanuit het motivatiecontinuüm van Deci en Ryan was geen volledige verschuiving naar intrinsieke motivatie zichtbaar. Wel waren aanwijzingen zichtbaar voor verdere internalisatie van motivatie: leerlingen bleven betrokken bij complexere opdrachten en leken meer eigenaarschap te ervaren. Deze ontwikkeling vormt een waardevolle opbrengst van het onderzoek.
Gehele thesis beoordeeld met een 8,3