Structuur en ruimte tijdens de maakfase van beeldende vorming.
Een dynamisch onderzoek naar het door het ondersteunen van de autonomie door middel van scaffolding van de leerlingen.
Samenvatting
Dit praktijkonderzoek is uitgevoerd in de context van 27 leerlingen in groep 4 in Amsterdam tijdens de maakfase van beeldende vorming. Leerlingen in de klas hebben weerstand ervaren tijdens deze maakfase. Leerkrachten op deze school hebben handelingsverlegenheid ervaren in het omgaan met deze weerstand. In dit onderzoek is onderzocht welke invloed het ondersteunen van autonomie door middel van scaffolding heeft gehad op de motivatie tijdens beeldende vorming.
Dit onderzoek is uitgevoerd tijdens vier lessen, waarbij is gemeten wat de beleefde competentie, beleefde autonomie en het plezier van de leerlingen zijn geweest direct na de maakfase van de les. Deze gegevens zijn verwerkt in een scatterplot, waarna de leerkracht deze samen met een analysekader heeft gebruikt om de autonomieondersteuning door middel van scaffolding steeds verder aan te passen.
De resultaten zijn zowel op groepsniveau als op individueel niveau van vier leerlingen uitgewerkt in scatterplots. Hoewel in dit kleinschalige, praktijkgerichte dynamische onderzoek geen sterk verband heeft kunnen worden aangetoond, laten de resultaten wel zien dat het ondersteunen van autonomie door middel van scaffolding samen lijkt te zijn gegaan met een hogere beleefde competentie, een hogere beleefde autonomie en meer plezier, terwijl de complexiteit van de opdracht is toegenomen. Gekeken vanuit het motivatiecontinuüm trad geen omslag naar volledig intrinsieke motivatie op. Wel een verdere internalisatie van de motivatie, die leerlingen vasthielden terwijl de taken complexer werden. Ook die verschuiving binnen het continuüm is een betekenisvolle uitkomst.
link naar volledige thesis nadat de master is afgerond