Gemotiveerd zijn betekent dat een leerling in beweging komt om iets te doen. Die motivatie kan autonoom zijn of gecontroleerd. Volgens de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan (2000) ligt motivatie op een continuüm dat loopt van gecontroleerd naar autonoom. Wat bepaalt waar een leerling zich bevindt, is de mate waarin de redenen om in beweging te komen als eigen worden ervaren. Een leerling kan op dat continuüm verschuiven, beide kanten op. Motivatie is daarbij niet altijd hetzelfde: een leerling kan het ene moment nieuwsgierig en betrokken zijn, en op een ander moment minder motivatie ervaren. De activiteit, de omgeving en de interactie met de leerkracht spelen hierin een belangrijke rol. Motivatie wordt ondersteund wanneer leerlingen ervaren dat zij keuzes kunnen maken, zich competent voelen en verbinding ervaren met anderen (Deci & Ryan, 2000). Binnen de coaching brengen we motivatie in kaart door te kijken naar plezier in leren en naar twee belangrijke voorwaarden voor motivatie: ervaren autonomie en ervaren competentie. Zo ontstaat inzicht in hoe leerlingen een specifiek lesmoment beleven.
Leerkrachten ontvangen na hun les een scatterplot. Het gebruik hiervan is geïnspireerd door Van der Valk, T. (2017, 8 juli). https://motivatiespiegel.nl/motivatiematrix.
Elk stipje staat voor een leerling. De kleur geeft de hoeveelheid plezier aan. Hoe meer naar rechts in de scatterplot, hoe hoger de beleefde competentie. Hoe hoger in de plot, hoe hoger de beleefde autonomie. Een leerling rechtsboven met veel plezier ervaart op dat moment de voorwaarden voor autonome motivatie. Of de motivatie ook werkelijk verschuift, zie je pas door meerdere lessen achter elkaar in kaart te brengen. Door meerdere momenten in kaart te brengen ga je een beweging in de tijd zien. Een patroon. Deze manier van kijken laat zien dat lesgeven en meten dynamisch zijn: motivatie is altijd in beweging. Ze kan schommelen, plots omslaan of pas later zichtbaar worden. Herhaalde metingen zijn nodig om te zien of er een nieuwe dynamiek ontstaat (Van Geert & Steenbeek, 2005; Steenbeek & Van Geert, 2013). In die beweging wordt ook talent zichtbaar, als iets dat zich onder de juiste voorwaarden ontvouwt. Door de motivatie over tijd te volgen, zie je in welke richting een kind of klas zich beweegt en kun je je handelen daarop afstemmen. Daarbij ben je zelf onderdeel van de beweging: jouw handelen verandert de dynamiek, en elk moment is het vertrekpunt voor het volgende (Steenbeek & Van Geert, 2013).
Als je motivatie in kaart brengt, zie je al snel dat geen twee leerlingen hetzelfde pad lopen. Kinderen kunnen via een heel andere route op dezelfde plek uitkomen: de een via plezier, de ander via het gevoel iets te kunnen en weer een ander via de ruimte die hij krijgt. En andersom kunnen twee leerlingen die even gemotiveerd beginnen, totaal verschillend eindigen, omdat ze anders reageren op dezelfde taak, dezelfde keuze of dezelfde leerkracht (Van Geert & Steenbeek, 2005).
Daarom zegt een groepsgemiddelde zo weinig. Het middelt precies datgene weg wat ertoe doet: de eigen beweging van elke leerling. Wat waar blijkt voor de groep, hoeft niet waar te zijn voor de individuele leerling (Kunnen, 2012). In een scatterplot blijft die beweging zichtbaar. Je ziet een veld van individuele patronen, ieder met een eigen vorm, eigen schommeling, eigen kantelpunt (Hollenstein, 2007).
In die individuele paden wordt ook talent zichtbaar, als iets dat zich onder de juiste voorwaarden ontvouwt en dat je terugziet in de beweging die je meet (Van Geert & Steenbeek, 2005; Steenbeek & Van Geert, 2013). Door de motivatie over tijd te volgen, zie je waar een leerling tot ontwikkeling komt, en welke ondersteuning dat ontvouwen helpt.
Het analysekader helpt je per leerling af te stemmen, met een aanpak die past bij waar deze leerling op dit moment staat.
Deze motivatie wordt gemeten met de IMI schaal van Deci & Ryan. Deze is voor de coaching ingekort en aangepast op het basisonderwijs. Deze worden zeer snel afgenomen met Plickers kaarten in de onderbouw en wordt met een google forms afgenomen in de bovenbouw.
Door de gegevens van deze metingen in een scatterplot te zetten zijn ze direct inzetbaar in de lespraktijk.