Binnen dit professionaliseringstraject wordt er met leraren gewerkt aan autonomie verlenen aan de leerlingen. Leerlingen die deze ruimte krijgen, gaan zelf nadenken, keuzes maken en hun aanpak verwoorden — zonder dat de leerkracht het overneemt of druk uitoefent. Leerlingen én leraren voelen zich competent, hebben plezier én leren beter!
Steeds staat het ontwikkelen van concreet leerkrachtgedrag centraal, waarbij we de koppeling maken tussen theorie en wat er gebeurt in de klas.
De kernvraag daarbij is:
hoe geef je als leerkracht ruimte aan leerlingen — en hoe stem je die telkens weer af op wat je ziet en wat de leerling nodig heeft?
Het professionaliseringstraject is ontworpen vanuit twee ontwerpeisen.
Er wordt niet alleen gewerkt aan autonomie-ondersteunend handelen van leerkrachten, maar dit wordt ook toegepast in de trainingen en coaching zelf. “Het voorleven van wat je vraagt” Daarbij wordt gewerkt met een heldere structuur, waarin ruimte is voor betekenisvolle keuzes van de leerkrachten.
Daarnaast is het traject dynamisch. Er wordt gewerkt aan een verandering in denken en handelen, afgestemd op wat zichtbaar wordt in de klas en wat past bij de waarden en mogelijkheden van de leerkrachten.
Andere aspecten die dit traject kenmerken en ook bij het verlenen van autonomie horen:
Starten bij de beleefde ervaring
Van te voren kijken en filmen en de klassen (met toestemming)
Autonomie binnen structuur
Autonomie kan alleen verleend worden binnen een duidelijke structuur. Daarom is alles goed voorbereid en duidelijk.
Plezier als motor voor betrokkenheid
Betrokkenheid groeit wanneer leren betekenisvol en motiverend is, óók voor leraren
Differentiatie in uitdaging en verdieping
Afstemming op wat leerkrachten nodig hebben en welke wensen er leven
Tijdsefficiënt en haalbaar
Passend binnen de dagelijkse praktijk van de school
Deze werkwijze maakt dat het traject niet één-op-één overdraagbaar is naar een andere context. Tegelijkertijd zijn de manier van handelen en de ontwikkelde producten bruikbaar voor andere professionals.